Voeding en verzorging
Kijk de dieren regelmatig (Twee keer per week) na. Let erop dat hun vacht schoon is (borstelen) en kijk of nagels en tanden niet te lang worden. De voeding moet bestaan uit caviakorrels en vers hooi. Zorg ervoor dat u echte caviakorrels heeft. De meeste soorten knaagdiervoer zijn ongeschikt voor cavia's, omdat ze geen vitamine C bevatten. Hamsters, konijnen en andere knaagdieren hebben dit niet nodig, maar cavia's wel. Een tekort aan vitamine C leidt tot een verminderde weerstand, waardoor de dieren allerlei ziektes kunnen krijgen. Als aanvulling op het voer kunt u er groenvoer bij geven. Voorbeelden zijn andijvie, paardenbloemblaadjes, klaver of gewoon gras. Ook een stukje fruit op zijn tijd gaat er wel in. Eventueel kunt u het voer nog aanvullen met een vitamine C tabletje. Sommige cavia's zien dit als een soort snoepje. Hiernaast moet er altijd voldoende vers drinkwater beschikbaar zijn.
Ziektes
Schurft komt veel voor bij cavia's. De dieren hebben jeuk, met name aan kop en oren en hebben kale, korstige plekken. Het is niet besmettelijk voor mensen en is goed te behandelen met een injectie en speciale shampoo. Een andere mogelijkheid voor huidklachten zijn schimmelinfecties. De verschijnselen zijn bijna hetzelfde als bij schurft, maar schimmel is wél besmettelijk voor mensen, met name voor jonge kinderen. Het laat zich gelukkig zowel bij mens als dier goed behandelen.
Gebitsproblemen komen vaak voor bij oudere cavia's. Cavia's hebben tanden en kiezen die altijd doorgroeien en op elkaar horen af te slijten. Als ze scheef staan gaat dit nog wel eens mis. De cavia wordt mager en laat bij het kauwen steeds stukjes uit zijn mond vallen. Meestal kan uw dierenarts de tanden en kiezen weer glad maken en uw dier veel ellende besparen. Darmstoornissen (diarree) kennen vele oorzaken; wormen, verkeerd voer of infecties van het darmkanaal. De behandeling is afhankelijk van de oorzaak, maar een algemeen advies is het dier twee dagen alleen hooi en water geven. Cavia's laten niet snel zien dat ze ziek zijn, dus als u ziet dat hij niet lekker is is het dier meestal flink ziek. Wacht daarom niet te lang met het raadplegen van uw dierenarts. Hoe eerder hij begint met het behandelen van het zieke dier, hoe beter de vooruitzichten zijn.
Huisvesting
Cavia's houden van ruimte. Een cavia kooi moet minimaal 60x60x40 cm zijn voor één cavia en uiteraard groter voor meerdere. De kooi moet gemaakt zijn van een knaagbestendig en makkelijk schoon te maken materiaal, meestal kunststof. Als bodembedekking kunt u hooi, stro, houtkrullen of papiersnippers gebruiken, evt. met wat kattenkorrels eronder om het vocht te absorberen. Let er wel op dat de bedding niet te stoffig is. Cavia's hebben gevoelige luchtwegen. Steek bij twijfel uw eigen neus erin; krijgt u een niesbui dan is het niet goed voor uw cavia! De kooi moet u minimaal één keer per week schoonmaken en één keer per maand desinfecteren met een beetje chloor, soda of iets dergelijks. Cavia's houden niet van warmte, kamertemperatuur (20 graden) is ruim voldoende. Hou ze uit de tocht en uit fel zonlicht.
Voortplanting
Cavia's zijn zeer snel geslachtsrijp, beertjes (mannetje) op acht à tien weken, zeugjes (vrouwtje) op vier à zes weken. Als u er mee wilt fokken kunt u het beste wachten tot de dieren wat ouder zijn. Vier tot vijf maanden is een mooie leeftijd. Er moet echter sterk rekening te worden gehouden met de leeftijd van het zeugje voor eerste dekking/nestje. Het eerste nestje dient voor een leeftijd van 7 maanden geboren te worden. Als dit later plaats vindt, loopt het zeugje sterk het risico op ernstige geboorteproblemen. De eerste fok na deze leeftijd wordt afgeraden. Zeugjes hebben om de 14-19 dagen een vruchtbare periode waarin ze gedekt kunnen worden. Denk erom dat het zeugje binnen 24 uur na de bevalling weer gedekt kan worden. Gemiddeld dragen cavia's 65 dagen. Cavia's maken geen nest en de jongen worden met open ogen, haar en tanden geboren. Binnen één dag na de bevalling kunnen de jongen al vast voedsel op nemen en na drie tot vier weken kunnen ze bij hun moeder weggehaald worden. Om erachter te komen of het een jong mannetje of vrouwtje is, kunt u naar de afstand tussen de anus en geslachtsopening kijken. Bij beertjes is de afstand tussen anus en geslachtsopening groter dan bij zeugjes.