Dierenkliniek Driemere 079 - 316 54 66
Dierenkliniek Rokkeveen 079 - 361 07 07
Menu
Dierenkliniek Driemere 079 - 316 54 66
Dierenkliniek Rokkeveen 079 - 361 07 07

Wij zijn open! Ons beleid is tijdelijk aangepast i.v.m. het coronavirus. Lees onze maatregelen hier.

Katten

Informatie over uw kat

Katten

Informatie over uw kat

  • De kat als huisdier
  • Vaccinaties
  • Kattenziekte
  • Niesziekte
  • Geboortebeperking
  • Blaasproblemen
  • Huidschimmelinfectie
  • Schildklierproblemen

De kat als huisdier

De kat is een dier dat al duizenden jaren door de mens als huisdier wordt gehouden. In het oude Egypte stond zij hoog in aanzien, getuige de vele kattenmummies die bewaard zijn gebleven. Waarom mensen katten als huisdier zijn gaan houden is onbekend, maar het is redelijk om aan te nemen dat katten in het begin gebruikt werden om ongedierte te bestrijden. Later is men ook z'n kwaliteiten als huisgenoot gaan waarderen.

​Rassen

​Zoals met al onze huisdieren zijn er ook bij de kat vele rassen ontstaan, met elk hun eigenaardigheden. Het meest voorkomende katteras in Nederland is de europese korthaar, ook wel huis- of straatkat genoemd. Ze zijn er in allerlei kleuren en formaten. Hiernaast zijn er perzen met hun lange haren en platte neus, siamezen en abessijnen met hun spitse koppen en ranke bouw, heilige birmanen met hun witte voetjes en nog vele andere.

​Verzorging

​Katten stellen niet veel eisen aan hun verzorging. Een schone kattenbak, een mand op een warm plekje, schoon drinkwater en op tijd wat eten en uw poes is tevreden. Het voedsel moet wel geschikt zijn voor katten. Katten zijn echte vleeseters die een hoogwaardige voeding nodig hebben. Als katten van de tafel mee eten of bijvoorbeeld hondenvoer eten kunnen ze ernstige vitaminetekorten krijgen. Geef uw kat dus kattenvoer, er is keus genoeg. De kattenbak moet dagelijks verschoond worden. Katten kunnen besmet zijn met toxoplasmose, een darmparasiet, die ook bij mensen klachten kan geven. De infectie wordt overgebracht via sporen in de ontlasting van de kat. Deze sporen moeten eerst rijpen en zijn pas na 48 uur gevaarlijk voor de mens. Als u de bak dus dagelijks verschoont loopt u geen risico. Poezen doen hun best om hun vacht netjes op orde te houden, maar langharige dieren moeten dagelijks helemaal geborsteld worden, omdat anders hun vacht vervilt. Zorg voor een goede vlooienbestrijding en ontworm uw kat regelmatig, in ieder geval elk half  jaar. Geef ze een krabpaal, dan kunnen ze hun nagels scherpen zonder het meubilair te vernielen.

​Kind en poes

​Katten zijn heerlijke speelkameraadjes voor kinderen. Er zijn echter wel een paar zaken waar u op moet letten. Zorg dat het dier ingeënt, ontwormd en vlooienvrij is. Hou altijd toezicht als uw kind met dieren aan het spelen is. Kleine kinderen weten niet altijd wat ze wel en niet met hun huisdier kunnen doen. Zeker bij oudere dieren die geen kinderen gewend zijn, is het goed om extra op te letten. Mocht uw kind desondanks gekrabt of gebeten worden door een kat ontsmet de wond dan direct. Merkt u dat de wond dik, warm en pijnlijk wordt dan is er sprake van een ontsteking en kan het verstandig zijn om de huisarts in te schakelen.​

Vaccinaties

Veel ziekten zijn te voorkomen door op tijd te enten. Door een dier een vaccin toe te dienen wordt een bescherming (immuniteit) opgebouwd, terwijl het dier zelf niet ziek wordt. Alleen gezonde dieren mogen geënt worden. Na verloop van tijd neemt de bescherming geleidelijk af en is het dus nodig om een inenting regelmatig te herhalen. Kittens krijgen van hun moeder afweerstoffen mee, die slechts acht weken bescherming geven. Daarna zijn jonge dieren meer vatbaar voor ziektes dan oudere. Het is dan belangrijk bij jonge dieren tijdig met het vaccinatieprogramma te beginnen.

Kattenziekte

​Een virusziekte die veel sterfte bij katten van alle leeftijden kan geven. Kittens zijn echter extra kwetsbaar, en hebben bij besmetting een grote kans op overlijden. ​De ziekte gaat veelal gepaard met braken en diarree. Verspreiding van de ziekte gebeurt via ontlasting.

​Niesziekte

​Een virusziekte van de bovenste luchtwegen waarbij meerdere micro-organismen een rol kunnen spelen. De belangrijkste verwekkers zijn het Rhinotracheïtis- en Calicivirus. In een zeer enstige situatie kan de kat aan niesziekte overlijden. Veelal is het echter zo dat de kat langdurig of zelfs levenslang geinfecteerd kan blijven. Verspreiding van de ziekte gebeurt direct contact en via uitademingslucht.

​Chiamydiose

​Een bacterie die een rol kan spelen in het niesziektecomplex. Verspreiding gebeurt via de uitademingslucht.

​Infectieuze leukemie

​Een virusziekte die bij katten van alle leeftijden (vooral jonge dieren zijn gevoelig) kan optreden, en die aanleiding kan geven tot ziekte van bloedcellen of tumoren (o.a. in de lymfklieren). Het virus het kan het natuurlijke afweersysteem van de kat aantasten, waardoor veroorzaakt door bacteriën, schimmels en andere virussen sneller kunnen toeslaan. Verspreiding verloopt via direct contact, meestal via mond (bijten).​

Kattenziekte

Kattenziekte is één van de meest dodelijke infectieziektes voor de kat.

​Oorzaak

​Kattenziekte (Feline panleukopenie) is een infectie van het maag-darmkanaal die veroorzaakt wordt door het Feline parvovirus (FPV). Het virus is voor 98% identiek aan het parvo-virus van de hond en  ook de klachten zijn vergelijkbaar.

​​Besmetting

​Besmetting van het virus gaat via direct contact met andere katten, of indirect via uitwerpselen, vlooien, of de mens (kleding). Dit betekent dat dus ook katten die niet buiten komen kans op besmetting lopen! Het virus is erg stabiel en niet erg gevoelig voor de meeste reinigings- en ontsmettingsmiddelen en blijft lang infectieus in de omgeving.

​​Verschijnselen

​Het meest opvallend zijn de verschijnselen van het maagdarmkanaal: ernstige buikpijn, heftig braken, (bloederige) diarree en daardoor uitdroging. Katten met kattenziekte hebben koorts en maken een zieke indruk. Door de verminderde weerstand kunnen andere infecties (bijvoorbeeld aan de luchtwegen) het ziektebeeld verergeren. Bij dieren die de besmetting overleven kan nog gedurende enkele weken tot maanden diarree aanwezig zijn. Infecties bij drachtige katten kunnen leiden tot abortus of de geboorte van afwijkende kittens (afwijkingen in hersenen die neurologische klachten veroorzaken als incoördinatie en trillen). Soms gaat het verloop van de ziekte zo snel dat kittens sterven zonder voorafgaande symptomen.

​​​​Behandeling

​​Behandeling van de ziekte is moeizaam. Bij vermoeden van kattenziekte is het belangrijk om uw dier zo snel mogelijk te isoleren van andere katten, en extra goede hygiëne te handhaven om besmetting te voorkomen. De behandeling kan ingezet worden op basis van de zichtbare symptomen en een waarschijnlijkheidsdiagnose. Ook is er middels ontlastingsonderzoek vast te stellen of het dier inderdaad met het virus besmet is. Behandeling zal bestaan uit toedienen van antibiotica, ontstekingsremmers en anti-braakmiddelen en soms is een infuus tegen het uitdrogen nodig. Bij kleine kittens of zwakke dieren is dwangvoederen soms ook noodzakelijk. Ondanks een snelle en intensieve behandeling gaan veel katten toch dood.

​​​Preventie

​​Voorkomen is beter dan genezen luidt een oud gezegde. Ook voor kattenziekte gaat dit op. Het is goed mogelijk door inenten dieren te beschermen tegen kattenziekte. Deze inentingen worden aan gezonde dieren gegeven om te voorkomen dat ze ziek worden. Ook voor katten die niet buiten komen is vaccinatie tegen kattenziekte belangrijk. Het vaccin is geregistreerd voor een bescherming van drie jaar. 

​Kittens krijgen de eerste vaccinatie op acht à negen weken. Deze dient na drie weken herhaald te worden om een bescherming voor drie jaar te hebben. Ook bij katten die langer dan drie jaar niet ingeënt zijn dient de vaccinatie na drie weken geboosterd te worden om weer optimaal beschermd te zijn.

​​Samenvatting

​Kattenziekte is een zeer ernstige maag- darminfectie, met symptomen als heftig braken, bloederige diarree, koorts, uitdroging, neurologische verschijnselen. De behandeling is intensief, doch kan niet altijd verhelpen dat dieren toch sterven. Vaccinatie geeft goede bescherming tegen de ziekte.​​

Niesziekte

Niesziekte is de meest voorkomende infectieziekte bij de kat. Het is een uiterst besmettelijke aandoening waar katten flink ziek van kunnen zijn.

​Oorzaak

​Niesziekte is een ziekte die door meerdere kiemen wordt veroorzaakt. De belangrijkste zijn het calicivirus, het rhinotracheitisvirus en chlamydiae (een kleine soort bacterie). De ziekteverschijnselen die deze verwekkers veroorzaken lijken zo sterk op elkaar dat ze samengevat worden onder de noemer niesziekte. Vaak is er sprake van een menginfectie met meerdere ziektekiemen.​

Besmetting

​De ziekte wordt verspreid door zieke katten. De belangrijkste manier van verspreiding is via aerosolen. Dit zijn kleine vochtdruppeltjes beladen met ziektekiemen die een besmette kat door te niezen de lucht inblaast. Deze druppels zijn zo klein dat ze lang (uren) in de lucht kunnen blijven hangen en over grote afstanden met de luchtstroom mee vervoerd kunnen worden. Vooral op plaatsen waar veel katten bij elkaar zitten in een kleine ruimte, zoals cattery's, asiels of dierenpensions kunnen epidemiën uitbreken. Hiernaast kan de ziekte ook worden overgedragen door besmette manden, kooien of via handen en kleding van de mens.

​Verschijnselen

​De naam niesziekte is wat misleidend, want niet iedere kat met niesziekte niest ook. Niesziekte tast de slijmvliezen van de ogen en de luchtwegen aan. Besmette katten hebben ontstoken ogen, vieze neusuitvloeiing en soms blaren op de tong.

​Ze hebben koorts, laten hun eten en drinken staan en niezen of kwijlen vaak. Dieren die niet drinken kunnen binnen korte tijd levensbedreigend uitdrogen. Ook zijn de aangetaste slijmvliezen van de luchtwegen een vruchtbare voedingsbodem voor allerlei andere kiemen, die onder andere longontstekingen kunnen veroorzaken. Vooral jonge dieren kunnen heel ziek zijn van een niesziekte-infectie. Hun afweerstelsel is nog niet volledig ontwikkeld en ze zijn vaak nog niet ingeënt. Toch is niesziekte in de meeste gevallen met een goede behandeling te genezen.

​Behandeling

​Zoals gezegd wordt niesziekte veroorzaakt door enkele virussen en soms ook door een chlamydia. Helaas bestaan er geen medicijnen om de niesziektevirussen mee te bestrijden. Voor de chlamydia bestaan die er wel. Dit betekent dat de behandeling vooral bestaat uit bijkomende infecties onderdrukken, uitdroging bestrijden en eventueel de patiënt dwangvoeren. In de praktijk betekent dit dat de patiënt antibiotica en indien nodig infuus krijgt, aangevuld met lichtverteerbaar en smakelijk dieet voer.

​Preventie

​Voorkomen is beter dan genezen luidt een oud gezegde. Ook voor niesziekte gaat dit op. Het is goed mogelijk door inenten dieren te beschermen tegen niesziekte. Deze inentingen worden aan gezonde dieren gegeven om te voorkomen dat ze ziek worden. Als ze ziek zijn moeten ze eerst genezen zijn voordat een enting zin heeft. Er bestaan twee vormen voor vaccinatie. De eerste en meest gebruikte is de inenting waarbij de dieren met een spuitje onderhuids de entstof toegediend krijgen. De andere is de intranasale of druppel methode, waarbij de dieren de entstof in neus en ogen gedruppeld krijgen. Beide methodes zijn effectief, maar de druppelmethode heeft als voordeel dat er veel sneller weerstand wordt opgebouwd, wat voordelen heeft als er al niesziekte in de omgeving heerst. Belangrijk nadeel van de druppelmethode is de entreactie. Alle dieren gaan na de druppelmethode tijdelijk wat niesziekte verschijnselen vertonen, in een enkel geval zelfs dusdanig dat behandeling hiervoor noodzakelijk is. Jonge katten kunnen vanaf negen weken leeftijd ingeënt worden voor niesziekte. Voor een goede bescherming is het raadzaam om deze enting binnen één maand te herhalen, hierna is een jaarlijkse enting nodig. Dieren in een besmette omgeving, of dieren die binnen twee weken naar een cattery, pension, asiel of iets dergelijks gaan kunnen het beste met de druppelmethode geënt worden, in de overige gevallen is een gewone inenting voldoende.

​Samenvatting

​Niesziekte is bij de kat een veel voorkomende ziekte. Het is goed te behandelen, maar voorkomen door de dieren in te enten is beter. Mocht uw dier toch niesziekte verschijnselen vertonen, bedenk dan dat hoe eerder een behandeling door uw dierenarts wordt ingesteld, des te groter de kans op genezing is.​

Geboortebeperking

De meeste mensen die een jonge kat nemen staan er niet bij stil dat het leuke jonge diertje wat zij gekregen hebben al na zes tot negen maanden geslachtsrijp is. Op deze leeftijd worden poezen voor de eerste keer krols en katers kunnen gaan sproeien en stinken. Poezen worden dan zeer aantrekkelijk voor katers die op het liefdespad zijn. Indien geen maatregelen worden getroffen leiden zelfs kortstondige ontmoetingen tussen beide geslachten tot een vaak onverwachte gezinsuitbreiding negen weken later.

​Preventie

​De verschijnselen van krolsheid bij de poes zijn:

  • Over de grond liggen rollen
  • Zeer aanhalig zijn, poes ligt languit met het achterwerk omhoog
  • Zeer luidruchtig miauwen
  • Proberen buiten te komen om achter de katers aan te gaan

Krolsheid, en ook het krijgen van jongen, kunt u tijdelijk voorkomen door het geven van anticonceptiepil voor de poes. Deze is verkrijgbaar bij de dierenarts en moet elke week worden gegeven. Nadelen zijn het "vergeten te geven" of het ongemerkt uitbraken van de pil, waardoor poes toch onverwacht drachtig wordt. Voor langdurig gebruik als middel voor geboortebeperking is de pil minder geschikt omdat er na jarenlang gebruik vaak tumoren (kanker) in de melkklieren ontstaan. Ook neemt de kans op baarmoederontsteking sterk toe.

​Sterilisatie

​Beter is het dan ook om de poes te laten steriliseren. Door een operatie worden dan beide eierstokken verwijderd waardoor de poes niet alleen onvruchtbaar wordt, maar ook geen tekenen van krolsheid meer gaat vertonen. De operatie is een betrekkelijk geringe ingreep en de poes kan vaak dezelfde dag weer naar huis. Poezen kunnen gesteriliseerd worden vanaf de leeftijd van zes maanden. Heeft de poes een nestje gehad, dan kunnen zij al na 10-14 dagen weer krols worden. Het beste is dan de poes ca drie tot vier weken na het krijgen van de jongen te steriliseren. Dat het voor poes beter zou zijn om eerst een nestje te krijgen is helaas een hardnekkig fabeltje. Gezien het grote aantal ééndagsnestjes wat jaarlijks ter euthanasie wordt aangeboden is bovendien de kans dat u niet tijdig een nieuw tehuis voor de kittens kunt vinden, aanzienlijk groot. Zeker wanneer de vakantieperiode nadert.

Castratie kater

​Katers worden geslachtsrijp als zij zes tot negen maanden oud zijn. Vanaf deze leeftijd kunnen zij de neiging krijgen overal tegen aan te plassen (het zogenaamde sproeien). Ook krijgt de urine een doordringende geur. De kater is veel op pad en weinig huiselijk meer. Bij terugkomst zitten de katers vaak onder de krabben en abcessen tengevolge van hun luidruchtige nachtelijke gevechten. Tijdens hun soms meerdaagse zwerftochten steken de katers vele drukke wegen over en wordt een groot aantal van hen aangereden. Om die redenen worden de meeste katers gecastreerd zodra zij zes tot acht maanden oud zijn. De kater blijft dan veel huiselijker en gezonder.

Blaasproblemen

Blaasproblemen bij poezen

​Bij poezen, of ze nu gesteriliseerd zijn of niet, is blaasontsteking het meest voorkomende probleem. De verschijnselen hiervan zijn dat de kat vaak naar de bak moet, er lang opzit, hierbij klagelijk miauwt, terwijl maar een heel klein plasje wordt geproduceerd. Als de klachten wat langer bestaan kan er ook wat bloed bij de plas zitten, afkomstig van de ontstoken blaaswand.

Oorzaken

Blaasontstekingen kunnen verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaak is een infectie, maar ook blaasstenen of zelfs gezwellen van de blaas kunnen vergelijkbare klachten geven. Het is daarom raadzaam om altijd als u bij uw kat een blaasontsteking vermoedt contact op te nemen met uw dierenarts. Alleen hij of zij kan beoordelen of er sprake is van een infectie of dat er meer aan de hand is. Meestal is een simpele penicillinekuur voldoende om de klachten snel te verhelpen. Soms is verder onderzoek nodig. We kunnen hierbij denken aan onderzoek van de urine, echografie of een röntgenfoto van de blaas.

​Blaasproblemen bij de kater

Ook bij katers zien we regelmatig blaasontstekingen. De verschijnselen zijn hetzelfde als bij de poes. Een apart probleem vormen de zogenaamde "plaskaters". Dit zijn zowel gecastreerde als niet-gecastreerde katers die gruis in hun urine vormen. Dit zijn in feite hele kleine blaassteentjes. Bij deze katers is het laatste deel van de plasbuis erg nauw. Vormt zo'n kater gruis in zijn urine dan kan dit de plasbuis verstoppen. Het gevolg is dat de kater zijn plas niet meer kwijt kan, de blaas overvuld raakt en de nieren het lichaam niet meer zuiveren van afvalstoffen. Kortom, de kater krijgt een niervergiftiging die binnen 36 uur dodelijk kan zijn! U begrijpt dat dit uiteraard een spoedgeval is die meteen door een dierenarts behandeld dient te worden. Deze zal proberen de verstopping op te heffen door de plasbuis door te spoelen of, als dit niet lukt, de kater te opereren. Om herhaling te voorkomen is vaak naast een antibioticakuur speciaal dieetvoer nodig. Dit voer gaat de vorming van gruis tegen en bevat tevens stoffen die al gevormd gruis weer oplossen.

Samenvatting

Vermoedt u bij uw poes of kater een blaasontsteking neem dan contact op met uw dierenarts. Zeker bij een verstopte kater kan uitstel dodelijk zijn!​

Huidschimmelinfectie

Infecties met huidschimmels zien we regelmatig bij de kat en af en toe bij de hond. De klachten variëren sterk, de ene kat wordt helemaal kaal, de ander heeft slechts enkele korstjes. Het is ook mogelijk dat de mens door zijn huisdier besmet wordt.

​Optreden

Zoals gezegd komen schimmelinfecties vaker bij de kat voor dan bij de hond. Ook andere dieren (cavia's, konijnen, koeien en paarden) kunnen soms klachten hebben. Bij de kat zien we de problemen vooral bij langharige katten. Binnen de kattenfokkerij vormen schimmelinfecties een groot probleem. Bij groepen katten (cattery's, asiels) is de ziekte moeilijk te bestrijden.​

Oorzaak

De verwekkers zijn schimmels of gisten die zich hebben gespecialiseerd in het leven op de huid. Het gaat dus om een ander soort schimmel dan u op oud hout en dergelijke aantreft.Er zijn een aantal van deze ziekteverwekkers bekend. Bij de hond en kat gaat het meestal om microsporie, een infectie met de schimmels microsporum gypseum of microsporum canis. Bij andere diersoorten gaat het vaak om trichophytie, veroorzaakt door trichopyton soorten. Deze huidschimmels leven van keratine, de stof waar huid en haren uit bestaan. Ze planten zich voort door sporen, microscopisch kleine zaadjes, die zeer langdurig, ook in extreme omstandigheden, kunnen overleven. Dit laatste maakt de behandeling moeilijk. De schimmel op het dier laat zich wel aanpakken, maar sporen in de omgeving kunnen jaren voor problemen zorgen.​

Symptomen

​Dieren met een schimmelinfectie hebben huidklachten. Dit uit zich meestal als korstjes, pukkeltjes, schilfers en soms kale plekken. Voorkeursplaatsen zijn kop, oren en nagels, maar de ziekte kan zich uitbreiden over het hele lichaam. De dieren hebben weinig tot matige jeuk.Schimmelinfecties zijn besmettelijk, dus als u meerdere dieren in huis hebt is de kans dat zij ook besmet zijn groot. Ook de mens kan besmet raken. Bij ons ontwikkelt zich dan een zogenaamde ringworm. Deze begint als een klein rood bultje en veranderd in een steeds grote wordende rode ring, met binnen en buiten de ring normale huid. Vooral kinderen zijn vaak de dupe omdat hun weerstand minder is dan die van volwassenen.​

​Diagnose

​Op grond van de verschijnselen kan nooit met zekerheid worden gezegd dat een dier schimmel heeft. Er is dus verder onderzoek nodig. Dit onderzoek kan bestaan uit het beschijnen van de aangetaste huid met UV-licht (black-light), het maken van huidafkrabsels voor microscopisch onderzoek of het inzetten van een schimmelkweek. De methode met UV licht is simpel en snel, maar niet 100% betrouwbaar. Sommige soorten schimmel lichten groen op als ze bestraald worden door UV licht, maar ook huidschilfers, ontstekingsproducten en sommige zalven kunnen een positieve uitslag geven. Het huidafkrabsel kost iets meer tijd en is betrouwbaarder, maar het is mogelijk dat je net een paar huidschilfers of haren treft die niet aangetast zijn, terwijl het dier toch besmet is. De kweek is de meest betrouwbare methode. Bovendien duurt het drie weken voor de uitslag bekend is. Dit komt doordat schimmels langzaam groeien.

​Behandeling

​De behandeling bestaat uit een combinatie van pillen en shampoo. De pillen bevatten een stof die door het lichaam in de haren wordt ingebouwd en giftig is voor schimmels, de shampoo bevat een ander schimmeldodend middel. De behandeling duurt minimaal vier weken, maar vaak langer. Dit komt doordat de medicijnen eerst in het haar moeten worden ingebouwd voordat de schimmel afsterft. Aangezien haren traag groeien, duurt het lang voor de schimmel hier helemaal verdwenen is. Hiernaast moet ook de omgeving goed schoon worden gemaakt. Vooral als de besmetting al langer bestaat of als er veel dieren tegelijk aangetast zijn kunnen en er veel sporen in de omgeving zitten. Als deze niet goed vernietigd worden kunnen de problemen steeds weer terugkeren. Meestal is het voldoende om de omgeving goed huishoudelijk schoon te maken (stofzuigen, dweilen, dekens in de was etc.).

​Preventie

​Schimmel is een besmettelijke ziekte. De beste manier om een besmetting te voorkomen is ieder contact met andere dieren te vermijden. Dit is natuurlijk niet altijd uitvoerbaar. Wel is het zo dat plaatsen waar veel dieren bij elkaar zitten, zoals tentoonstellingen, cattery's en asiels een risico vormen. Het is verstandig om het contact tussen de dieren onderling, maar ook het contact met hun eigenaren te beperken. Dit kan door bijvoorbeeld de dieren niet samen in één kooi te zetten, kammen en borstels niet uit te wisselen en de dieren niet door iedereen te laten aanhalen. Verder is een goede vachtverzorging van belang. Een gezonde goed verzorgde huid is niet zo vatbaar voor schimmels als een huid vol korstjes en wondjes.

Schildklierproblemen

Bij oudere katten zien we regelmatig schildklierproblemen. De klachten variëren sterk. Meestal is er sprake van een slechte vacht, vermagering bij een goede eetlust.

De schildklier

​De schildklieren liggen voor in de hals net onder het strottenhoofd. Bij de kat zijn ze zo klein dat ze normaal niet te voelen zijn. De schildklieren maken het schildklierhormoon. Dit hormoon stuurt de stofwisseling in het hele lichaam.

Oorzaak

​Bij oudere katten vinden we soms tumoren van de schildklieren. Deze tumoren zijn bijna altijd goedaardig (98%), maar geven schildklierhormoon af, waardoor er teveel van dit hormoon in het bloed kan komen. De stofwisseling raakt hierdoor van slag en het dier wordt ziek.

Verschijnselen

​Meestal is er sprake van vermagering ondanks een goede eetlust. De vacht wordt dof en onverzorgd en de dieren drinken en plassen meer. Het gedrag kan veranderen, de dieren zijn hyperactief en soms ongedurig. Inwendig kunnen darmproblemen ontstaan, wat zich uit via braken of diarree. Het dier heeft soms hartklachten doordat het hart overbelast raakt.

Diagnose

​Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn dat er niet een verschijnsel is, waardoor we met zekerheid kunnen zeggen dat het dier een schildklierprobleem heeft. Verder onderzoek is dus nodig. Het eerste wat we doen is een algeheel lichamelijk onderzoek. We letten hierbij op de conditie van het dier, luisteren naar zijn hart en voelen naar de schildklieren. Als de schildklieren te voelen zijn, zijn ze te groot. Dit betekent echter niet altijd dat er teveel hormoon geproduceerd wordt. Om dit vast te stellen nemen we een bloedmonster waarin de hoeveelheid schildklierhormoon bepaald wordt. Dit geeft zekerheid over de werking van de schildklier. Bij oudere patiënten is het verstandig om meteen lever en nierfunctie na te laten kijken om een beter idee te krijgen over de conditie van de kat.

Behandeling

​Er zijn twee manieren om de ziekte te behandelen. Ten eerste zijn er medicijnen die de hormoonproductie kunnen afremmen. Het is moeilijk om hiermee weer een normale schildklierfunctie te bereiken en het effect is wisselend. Herhaald bloedonderzoek is nodig om de juiste dosering vast te stellen. Als de behandeling succesvol is moet het dier levenslang medicijnen krijgen. Ten tweede is het mogelijk om de aangetaste schildklier(en) operatief te verwijderen. Dit geeft goede resultaten. De beste oplossing is een combinatie van beide; eerst medicijnen om het dier in een betere conditie te brengen en dan (na ongeveer 2 weken) opereren. Als één schildklier wordt verwijderd, kan de andere voldoende hormoon produceren voor een normaal leven. Als beide klieren eruit gehaald zijn moet de kat meestal levenslang hormoontabletten krijgen.

Complicaties

​De tabletten kunnen braakklachten en verlies van eetlust veroorzaken. De operatie kent naast de gebruikelijke operatierisico's twee zaken die bijzondere aandacht vragen. In de eerste plaats ligt de bijschildklier tegen de schildklier aan en mag niet mee verwijderd worden, omdat er anders een ernstige verstoring van de kalkhuishouding ontstaat. Ten tweede loopt de stembandzenuw vlak langs de schildklier en ook deze moet ontweken worden. Beide zaken geven bij een zorgvuldige operatie techniek geen problemen. Een zeldzaam probleem is het zogenaamde ectopische schildklierweefsel. Dat is schildklierweefsel wat zich op een andere plaats dan de gewonde schildklieren bevindt. In enkele gevallen kan ook dit weefsel, na verwijdering van de gewone klieren, toch nog teveel hormoon produceren. Opsporing hiervan is lastig, de beste behandeling is dan met schildklierremmers.

Samenvatting

​Schilklierklachten kunnen het leven van een oudere kat behoorlijk in de war schoppen. De aandoening is goed behandelbaar en heeft ook op de langere termijn gunstige vooruitzichten. De beste behandeling is operatief. Deze ingreep wordt, mits zorgvuldig uitgevoerd, ook door het oudere dier goed verdragen.

Terug naar Huisdieren